Prachtig zou hij het hebben gevonden, zon koninklijke onderscheiding. Een lintje zou hem alsnog het gevoel hebben gegeven dat zijn prestaties er wel degelijk toe hebben gedaan.
Maar voormalig judoka Wim Ruska, één van de grote sportmensen uit de Nederlandse historie, is nooit tot Ridder benoemd. Normaal is één gouden Olympische medaille voldoende en híj won er in 1972 zelfs twee, maar zijn voordracht werd toch afgewezen.

De reden die Ruska twee jaar geleden te horen kreeg: hij werd in zijn tijd bij de marine een keer dronken op het dek aangetroffen en kwam toen in Nieuwersluis, de militaire gevangenis, terecht.

Deze ‘doodzonde’ wordt hem niet vergeven. Hoe kleinzielig kan een land zijn?

En nu is het te laat, nu hoeft het voor Ruska allemaal niet meer. ,,Natuurlijk niet.’

,,Nee is nee bij Willem,’ zegt zijn vrouw Liza.

Het is extra triest, omdat een lintje voor de voormalige kampioen een opkikker in zware tijden zou hebben betekend. Ruska, eind vorige maand 67 jaar geworden, is een beschadigde sportheld. Hij slijt zijn dagen voor de televisie, veel anders kan hij niet sinds hij in 2001 tijdens een vakantie op de Canarische Eilanden door een hersenbloeding werd getroffen.

Uiterlijk straalt hij met zijn stoere hoofd en grote lichaam nog de oude onverzettelijkheid uit. Maar dat is schijn. Ruska is hulpbehoevend, hij kan zijn rechterarm niet meer gebruiken en lopen en praten gaat moeilijk. Zijn wekelijkse bezoeken aan de fysiotherapeut en logopedist zorgen voor kleine verbeteringen.

Wim en Liza brengen in de zomermaanden hun dagen door op de camping in Schardam, nabij Hoorn, met schitterend uitzicht op het IJsselmeer. ‘Vrijheid, blijheid’, staat op het bordje boven de deur van de stacaravan. Ruska maakt deze middag een opgewekte indruk. Hij lacht veel en is zichtbaar trots als zijn gasten zijn gouden medailles bewonderen.

,,Willem is de laatste tijd best vrolijk,’ vertelt Liza. ,,Maar we zitten ook vaak in een dip. We hebben de afgelopen jaren veel gehuild.

,,Hij is een grote liefhebber van zeilen, had ook een eigen boot, een catamaran. Het eerste jaar nadat Willem zijn hersenbloeding had gekregen, ging hij hier op de camping steeds met zijn rug naar het water zitten. Hij kon het niet aan.’

Het valt ook niet mee voor een man die gewend was te imponeren met zijn kracht en die altijd luid en duidelijk voor zijn mening uitkwam. Nu beweegt hij zich met behulp van een stok voetje voor voetje voort en uit hij zich via korte opmerkingen en kreten als ‘Natuurlijk niet’ en ‘Nou, nou, nou.’

Liza: ,,Dat is al meer dan in het begin. Toen kon hij alleen maar naar iets wijzen en ‘Is hier, is hier’ roepen.’

Ongetwijfeld zou hij nog wel een keer hebben willen uitleggen waarom hij in 1972 niet naar huis is gegaan na de Palestijnse aanslag in het Olympische atletenverblijf, waarbij elf Israëlische sporters en begeleiders om het leven kwamen. De Spelen gingen na een etmaal van rouw gewoon door en Ruska won vijf dagen later zijn tweede titel.

Of hij achteraf spijt heeft dat hij is doorgegaan? ,,Natuurlijk niet.’

,,Isräel wil zelf dat de Spelen doorgaan,’ lichtte hij in 1972 zijn houding toe.

Bij thuiskomst uit München zei hij destijds: ,,Misschien zie ik het wel helemaal fout, misschien zijn er wel dingen die ik niet kan overzien, maar voorlopig glanst deze gouden medaille (de tweede, behaald na de aanslag, red.) mooi genoeg voor mij.’

Later vertelde hij in een tv-interview met Martin Simek: ,,Het NOC liet de sporters zelf beslissen of ze wilden blijven of niet. Dat is typisch Nederlands. Geen beslissing durven nemen en uiteindelijk waren wij de zwartepieten.’

Ruska heeft zijn hele leven het gevoel gehad dat hij er op werd aangekeken dat hij destijds bij de Olympische Spelen is gebleven. Ook werd zijn uitzonderlijke prestatie van München, zowel goud bij de zwaargewichten als bij de alle categorieën, onderbelicht door alle aandacht voor de vreselijke aanslag. ,,Zonder publiciteit heb je niet gewonnen,’ zei Ruska jaren later.

,,De sporters die naar huis gingen, kregen meer aandacht dan ik. Het deed er niet toe dat het mensen waren die geen kans maakten op medailles.’

Het is inmiddels 35 jaar geleden. Veel aanloop van mensen uit de sportwereld krijgt Ruska niet in zijn stoel voor de televisie. Slechts een enkeling laat trouw wat van zich horen. ,,In het begin wilde iedereen komen,’ vertelt Liza. ,,Ze wilden allemaal even zien hoe Willem er aan toe was. Maar dat was gewoon apies kijken, want er kwam niemand terug. Aan zulke aandacht heeft Willem geen behoefte.’

En Anton Geesink, de voorganger van Ruska als judokampioen? ,,Die heeft een telegram gestuurd toen Willem in 2001 in het ziekenhuis lag op de Canarische Eilanden,’ vertelt Liza. ,,Echt?’, is de reactie van een verbaasde Ruska. ,,Ja, echt waar,’ antwoordt zijn vrouw, ,,maar daarna hebben we niets meer van hem gehoord.’

Robbert van der Geest, vriend, bewonderaar en oude sparringpartner van Ruska, komt wel regelmatig langs. Hij wordt altijd uitbundig ontvangen op de camping.

Als Van der Geest deze middag over de carrière van de topjudoka vertelt en toelichting geeft bij de fotos uit het plakboek is het enthousiasme van het gezicht van Ruska af te lezen. Dan valt zijn helderheid op en gaat het praten hem af en toe iets beter af.

,,Willem, wie is deze jongen op de foto naast jou en Ard Schenk?’ ,,Dat is Leijn Loevesijn, de wielrenner,’ klinkt het in onvervalst Amsterdams. ,,Leijntje, ja.

^